BLOG

Wekelijksebemoediging van een voorganger.

OMZIEN NAAR ELKAAR | DE VOETWASSING!

De Gemeente van Jezus Christus

Wij, de Gemeente van Christus, zijn een priesterlijke gemeenschap.

Gij echter zijt een uitverkoren geslacht, een koninklijk priesterschap, een heilige natie, een volk (Gode) ten eigendom, om de grote daden te verkondigen van Hem, die u uit de duisternis geroepen heeft tot zijn wonderbaar licht: (1 Petrus 2:9). De Gemeente (geloofsgemeenschap) is ook een priesterlijke gemeenschap.

De priester vertegenwoordigt twee kanten. Ten eerste, hij vertegenwoordigt God voor de mensen en de mensen voor God. Het gaat in dit geval om het verstaan van de Gemeente als priesterlijke gemeenschap. De Gemeente is vertegenwoordiger van God onder de mensen en vertegenwoordigt de mensen voor het aangezicht van God.

Met andere woorden: iemand die als enige uit een straat naar de gemeente gaat doet dit námens zijn straat. Hij of zij brengt hun noden en zorgen voor Gods aangezicht en brengt God lof namens zijn naasten die daar niet zijn.

Ten tweede is de Gemeente van Christus geroepen (principieel eerst als geheel, maar daarvan ieder persoonlijk) om God te vertegenwoordigen onder de mensen. Om dit nog concreter te maken; je leeft als christen om te laten zien wie God is. Ons karakter is gevormd door Jezus' onderwijs en weerspiegelt in alle gebrek iets van Gods karakter. De kunst is om de levens van mensen in verbinding te brengen met God.

De voetwassing - een liefde daad!

En onder de maaltijd, toen de duivel al Judas, Simons zoon Iskariot, in het hart had gegeven Hem te verraden, en Hij legde zijn klederen af en nam een linnen doek en omgordde Zich daarmede.

Daarna deed Hij water in het bekken en begon de voeten van de discipelen te wassen, en af te drogen met de doek, waarmede Hij omgord was. Hij kwam dan bij Simon Petrus. Deze zeide tot Hem: Here, wilt Gij mij de voeten wassen? Jezus antwoordde en zeide tot hem: Wat Ik doe, weet gij nu niet, maar gij zult het later verstaan. Petrus zeide tot Hem: Gij zult mijn voeten niet wassen in eeuwigheid! Jezus antwoordde hem: Indien Ik u niet was, hebt gij geen deel aan Mij.

Jezus zeide tot hem: Wie gebaad heeft, behoeft zich [alleen de voeten] te laten wassen, want hij is geheel rein [verlost/gered]; en gijlieden zijt rein, doch niet allen. Want Hij wist, wie Hem verraden zou; daarom zeide Hij: Gij zijt niet allen rein. Gij noemt Mij Meester en Here, en gij zegt dat terecht, want Ik ben het.

Indien nu Ik, uw Here en Meester, u de voeten gewassen heb, behoort ook gij elkander de voeten te wassen; want Ik heb u een voorbeeld gegeven, opdat ook gij doet, gelijk Ik u gedaan heb. (Johannes 13:2‭, ‬4‭-‬8‭, ‬10‭-‬11‭, ‬13‭-‬15 )‬‬‬‬‬‬‬‬‬‬‬‬‬‬‬‬‬‬‬‬‬‬‬‬

De discipelen hadden Jezus erkend als hun Leraar en Heer, en daar hadden zij gelijk in. Maar Zijn voorbeeld toonde aan dat de hoogste rang in de machtsstructuur van het koninkrijk die van dienaar is.

Als de Heer en Leraar de voeten van de discipelen hadden gewassen, welk excuus konden zij dan hebben om elkaars voeten niet te wassen? Bedoelde de Heer dat zij elkaars voeten letterlijk met water moesten wassen? Stelde Hij hier een verordening in voor de Gemeente? Nee, de betekenis hier was geestelijk. Hij vertelde hen dat zij elkaar rein moesten houden door voortdurende gemeenschap over het Woord. Als iemand zijn broeder koud of werelds ziet worden, moet hij hem liefdevol vermanen vanuit de Bijbel.

De voetwassing - elkaar aansporen op het rechte spoor te blijven!

2 Timotheüs 3:16-17 (HSV): Heel de Schrift is door God ingegeven en is nuttig om daarmee te onderwijzen, te weerleggen, te verbeteren en op te voeden in de rechtvaardigheid, opdat de mens die God toebehoort, volmaakt zou zijn, tot elk goed werk volkomen toegerust.

Volgens Paulus kan Timotheüs de Bijbel gebruiken om te onderwijzen, weerleggen, verbeteren en op te voeden in rechtvaardigheid. De eerste twee woorden gaan over ‘de gemeente’: het onderwijzen van de Schrift, en het weerleggen van dwaalleren (het gaat hier om bewijs).

De tweede set gaat over je persoonlijk leven, de persoonlijke toepassing: een slechte gewoonte afleggen (verbeteren) en goede gewoontes aannemen (opvoeden).

De voetwaasing was een voorbeeld dat door de Heer had hun gegeven, een les in wat zij geestelijk met elkaar moesten doen.

Als hoogmoed of persoonlijke vijandschap ons verhindert ons te buigen om onze broeders te dienen, moeten wij bedenken dat wij niet groter zijn dan onze Meester. Hij vernederde Zichzelf om hen te wassen die onwaardig en ondankbaar waren, en Hij wist dat één van hen Hem zou verraden. Zou u op een nederige manier iemand bedienen als u wist dat hij of zij op het punt stond u te verraden? Zij die gezonden waren (de discipelen) moesten zichzelf niet te verheven boven hun Heer en Meester.

Vers 17 Indien gij dit weet, zalig zijt gij, als gij het doet.

Jezus had gesproken voordat zij konden gehoorzamen. Kennis is een voorwaarde voor gehoorzaamheid. Maar gezegend zijn of geestelijk gelukkig zijn is afhankelijk van het gehoorzamen van Christus' oproep tot dienstbaarheid. Het kennen van deze waarheden over nederigheid en onzelfzuchtigheid en dienstbaarheid is één ding, maar men kan ze kennen en ze nooit in praktijk brengen. De echte waarde en zegening liggen in het doen! Dus, elkaar liefhebben (Grieks: Agapao)!