BLOG

Wekelijksebemoediging van een voorganger.

OMZIEN NAAR ELKAAR | VREDE (DEEL 1)

Vrede (+350 keer)

Het zelfstandig naamwoord (vrl.) eirēnē betekent ‘vrede’.

Wanneer het om vrede gaat zijn wij geneigd allereerst te denken aan de afwezigheid van oorlog of tweedracht. Dat is inderdaad de grondbetekenis van het Griekse woord, en in het NT wordt het inderdaad een paar maal in deze nauwere betekenis gebruikt (bv. Luc.14:32, Jak.3:18).

Meestal echter komt het voor in een zin die nauw aansluit bij het Hebreeuwse sjalōm, dat in de eerste plaats een ‘harmonie, heelheid, volledigheid, welvaart, welzijn en rust betekent’ aangeeft, en pas in tweede, afgeleide instantie ‘vrede (tegenover oorlog)’. Dat wil niet zeggen dat in het woordgebruik van het NT de tegenstelling met oorlog afwezig is: zo gaat het in Hand.9:31 over vrede (in de gemeente) tegenover vervolging, in Hand.7:26 over vrede (tussen landgenoten) tegenover twist, en in Rom.5:1-10 over vrede (met God) tegenover vijandschap. Maar het is wel zo dat het woord gebruikt wordt op een manier die daarbovenuit stijgt.

De sleutel tot het begrip ‘vrede’ in het NT vinden we vooral in twee teksten: ten eerste in Joh.14:27, waar Jezus zegt dat de vrede die Hij geeft niet is zoals de wereld die geeft, en ten tweede in Fil.4:7, waar Paulus het heeft over de vrede van God - d.i. die bij Hem behoort en van Hem afkomstig is - die alle verstand te boven gaat. Daarom heet God ook ‘de God des Vredes’ (bv. 1Tes.5:23), en wordt Jezus met een vorm van personificatie ‘onze vrede’ genoemd (zie Ef.2:14).

Deze vrede, die een kenmerk is van het Koninkrijk van God (zie Rom.14:17), sluit wanorde uit (zie 1Kor.14:33), en verenigt daar waar eerst een tussenmuur was (zie Ef.2:14-15, en vgl. Ef.4:3). Deze vrede wordt als Evangelie verkondigd sinds Jezus’ komst (zie Ef.2:17, en vgl. Luc.2:15), daarom ook de uitdrukking ‘Evangelie des Vredes’ (zie Ef.6:15).

Het woord eirēnē wordt zowel voor het aspect van rust en veiligheid ten opzichte van de omgeving gebruikt (bv. Hand.9:31 over de gemeente, en Hand.16:36 over afzonderlijke personen), als voor het aspect van onderlinge rust (bv. Rom.14:17-19 in het koninkrijk van God, en 1Kor.7:15 in het huwelijk) en van vrede in het hart (bv. Kol.3:15). Vrede is in bijzondere zin met de Heilige Geest verbonden, zoals bijvoorbeeld blijkt uit Rom.8:6 (vgl. Rom.14:17), en maakt dan ook deel uit van de negenvoudige ‘vrucht van de Geest’ (zie Gal.5:22).

De gelovigen worden opgeroepen de vrede na te jagen (bv. 1Pet.3:11). Men wenst elkaar ‘vrede’ toe bij een begroeting (bv. Joh.20:19) of een afscheid (bv. Hand.15:33); zo lezen we ook dat mensen die door Jezus genezen zijn, soms weggestuurd worden met de woorden ‘ga heen in vrede’ (bv. Mar.5:34). Anders dan bij de enigszins afgezwakte formulering zoals die in de Oriënt nog steeds bestaat, krijgt men in het NT wel de indruk van een grotere diepgang (zie vooral Luc.10:5-6), die in het bijzonder aanwezig is aan het begin van vrijwel alle nieuwtestamentische brieven en de Openbaring aan Johannes, waar we meestal de combinatie aantreffen ‘genade zij u en vrede van God’, enz. (bv. Tit.1:4, Op.1:4, en – anders – 2Joh.3; vgl. charis ‘genade’). Met wat meer variatie in de formulering vinden we de vredeswens ook aan het einde van sommige brieven (bv. 1Pet.5:14), of soms al eerder (bv. Rom.15:33 vóór de persoonlijke groeten).

Bijbelse Vrede

Bijbelse vrede is niet iets wat we zelf kunnen creëren; het is een vrucht van de Geest. God is de bron van vrede, en één van Zijn namen is Jahweh Shalom (Richteren 6:24), wat betekent: de HEER is Vrede. Jezus is de prins van de vrede (Jesaja 9:6), en Hij geeft ons vrede op drie manieren.

1. Vrede met God
Jezus is onze vrede met God (Romeinen 5:1). Door onze zonden waren wij vijanden van God en van Hem gescheiden (Efeziërs 2:13), maar Jezus herstelde onze relatie toen Hij onze zonden op zich nam en onze dood stierf aan het kruis (Efeziërs 2:14). Hij zorgde voor een weg van verzoening met God, en nu zijn wij met God verbonden (Romeinen 5:10) en kunnen wij gemeenschap met Hem hebben (1 Johannes 1:3).

2. Vrede met anderen
Jezus is onze vrede met anderen. In Hem hebben wij verzoening met anderen, leven wij in vrede met hen (Kolossenzen 1:19-20), hebben wij gemeenschap met elkaar (1 Johannes 1:9) en kunnen wij met anderen in eenheid en eensgezindheid leven door de banden van de vrede (Efeziërs 4:3). Hij geeft ons door zijn Geest de kracht om vredestichters te zijn met onze naasten, vrienden en vijanden.

3. Vrede met onszelf
Jezus is onze innerlijke vrede. In Hem zijn wij een nieuwe schepping (2 Korintiërs 5:17), en Hij maakt ons heel en compleet zoals Hij (Filippenzen 1:6, 1 Tessalonicenzen 5:23-24). Wanneer beproevingen komen om ons te verscheuren, is Hij onze vrede die ons bijeenhoudt (Johannes 16:33).